Blogbanner73-3

…………………………………..Hallo, ik ben Johan. Ik maak kunst (En daar gaat het overKLIK HIER

Gans op nest. Na weet ik hoeveel dagen rondzwemmen en gescharrel in het riet, zijn ze er eindelijk uit. Hun keus? Vlak voor onze deur.
Hoe ze d’r op komen die twee! Voor ons een raadsel voor hen een weet? ‘t Is of de duvel ermee speelt .. net nu we gasten hebben!
De eerste dagen lopen we als houten klazen langs onze nieuwe buurvrouw. Zij slaat dan onmiddellijk op de vlucht. Razend en tierend, nagenoeg tegelijk met haar man een eindje verderop. Wie ‘t eerst is maakt niet uit: Scheldend scheren ze over ons heen: ‘wegwezen hier!’.
Tegen wie hebben ze ‘t eigenlijk? Tegen zichzelf, tegen elkaar of ons? Geen idee. En oh ja, natuurlijk, daar dwarrelen ook de donsveertjes alweer op uit het nest. Vederlicht.
Zo zorgvuldig als ze waren opgespaard, nu drijven ze doelloos op ‘t water .. Het is dat ik in hun gesnater de klank van een saxofoon hoor en er wat muziek van kan maken. Dat kalmeert wat. Maar als ze lang wegblijven. is t onze beurt om onrustig te worden. Die stilte ineens.
Steeds herhaalt zich datzelfde gedoe, zo vlak langs de steiger. ‘Ganzen horen in de pan’, zeggen we dan.
Ondertussen komt er wel elke dag een ei bij.

Hèhè, vandaag komt moeder gans toch echt aan broeden toe. Tijdens de loei van de sirene rekte ze nog even haar nek. Maar haar oogjes stonden al op half.
Nu laat ze zich niet meer van de wijs brengen. Volkomen stil in meditatie. Ze zal pas weer in de war en de weer raken als haar eieren zijn uitgebroed.
Het dazzle-painted verendek camoufleert haar feilloos in het nog oude riet van vorig jaar.
Een lange geeuw van tijd tussen nu en dan, met beide snavelhelften op elkaar. Nu is het tijd voor het jonge riet om uit te botten. Groener en groener.
Straks komt er om de twee uur een ei uit. Dan spant het er even om. Als de ene jong begint te zwemmen, zit de volgende nog op de rand van het nest, steekt het daarop volgend kuiken juist zijn snavel door de schaal en ligt de laatste nog onverstoord te rijpen onder de vleugels van z’n moeder. Warmte die het nog goed gebruiken kan. Als er op dat moment maar geen roofvogels in de buurt zijn.
Zouden ze daarom zo vlak bij de deur ..?

Ik schreef al eerder eens een blog over die ‘bijna theatrale’ spel-werkelijkheid: De vos en de broedende vogel. Bij die gelegenheid lijkt de vogel als prooidier in het nauw gedreven. En broedt op haar mogelijkheden bij de keuze tussen meerdere ‘kwaden’. Hoe te kiezen voor voortzetting van je leven, terwijl je ondertussen nieuw leven uitbroedt? Een duivelse dilemma-keus die aanleiding vindt buiten haar om.
Het lijkt op schrikken, schikken of stikken in de speelruimte die hen ter beschikking staat. Of op de vlucht.
Hier overwint de gans haar angst voor de mens en zet die winst slim in voor haar zeker niet ongegronde stress. Ze heeft er de ‘handen’ vol genoeg aan. Het was even stressen maar dan heb je ook wat. De komende periode van broeden en uitkomen, spant het ‘erom’. Nu benut ze de relatie die ze met ons heeft ontwikkeld als ruimte die we delen. De relatieruimte die gelegenheid biedt. Binnen haar eigen voorwaarden.

drift drijven gedreven bedreven Die gans gaat heel slim om met wat in haar natuur ligt, vanuit haar vanzelfsprekende drang. Wij leven in vrede samen met de gans. Het lijkt wel of we kunnen zien of haar aandacht naar buiten gericht is of naar binnen gekeerd. En hoe we kijken is niet alleen projectie. Het lijkt of we haar gelegenheden en mogelijkheden kunnen invoelen en voorstellen. Dat vermogen heeft zich door lange aanwezigheid en onwillekeurig kijken ontwikkeld. Datzelfde geldt vermoedelijk ook voor de ganzen. Ze kennen ons langer dan vandaag.
En ja hoor .. komt er een reiger te dichtbij, dan kan de gans op ons rekenen: Sodemieter op hier! Het beest schrikt, de gans niet. ‘Rrrraaaakkk‘, scheldt ie terug maar gaat op de wieken. Zo mooi als ‘ie dat doet. Eigenlijk veel mooier en trager dan een gans. Maar onze keus is bepaald nu: Weg wezen jij.
Met de ochtendjas wijd uitgespreid speel ik voor potloodventer. Hii haaa. Dat zal ‘m leren.

Ganzen gakken maar zijn zo gek nog niet. En zeker niet dom. Ze kunnen zwemmen, lopen én vliegen. En dat alles met gebruik van de mogelijkheden in hun eigen lijf. Ze weten heel zorgvuldig met tijd en ruimte om te gaan. En met hun eigen energie! Het lijkt erop dat in hun werkelijkheid alles even dynamisch als betrekkelijk is en met alles samenhangt. En dat ieder moment erop aankomt. Zeker in de eerste uren dat de pullen zich uit het ei pikken, over de nestrand rommelen en de omgeving verkennen. Die periode wordt ‘tijdvenster’ genoemd die voor ‘inprenting’ noodzakelijk is. Daarin maken ze kennis met de ouders en verkennen ze de nieuwe randvoorwaarden en leren ze hun soortgenoten kennen. Vervolgens vliegen mee, als de groep opvliegt, leren ze feilloos afstemmen in de vlucht .
Dat wat als vanuit zichzelf overkomt te doen en dat wat ingeprent wordt de invloeden die ze vanzelf toelaten, waarvoor ze vechten vluchten zich aan overgeven, in verstijven,
Fysiek ontwikkelen doen ze vanuit zichzelf: uit het ei pikken, ademen opkrabbelen rondzwemmen.. Hun machientje doet het gewoon en ontwikkelt met hun ontwikkeling mee.

Zorgvuldig tijd en ruimte delen is zorgvuldig dealen met je energie en de energie die de relatieruimte toestaat.

…………………………………….Soms lijkt het
…………………………………….alsof we ons

…………………………………….middenin
…………………………………….het feest bevinden

…………………………………….en toch

…………………………………….in het midden van het feest

…………………………………….is er niemand
…………………………………….in het midden van het feest
…………………………………….is de leegte
…………………………………….maar te midden van de leegte

…………………………………….is er een ander feest.

Kijken zij net zo vreemd op van ons, als wij van hen? Mensen hebben er in ieder geval een mogelijkheid bij: zichzelf afvragen, verbaasd staan. eigen reacties en optreden afwegen. We kunnen er gelegenheid voor maken. En tijd. Wat een vrijheid vergeleken met zo’n ogenblikkelijk bevroren moment waarin een gans tot vechten of vluchten overgaat. Een langgerekte periode die we ons kunnen veroorloven voor reflectie, projectie, introspectie. Voor waarneming tussen vermoeden en bevroeden in. Voor broeden dus.
Tijd nemen is tijd de tijd geven. Ook voor broeden op het broeden zelf.

Deze dagen ontbijten we in de stralende zon met de dromende gans vijf meter verderop. Starend naar elkaar, doordrongen van elkaars aanwezigheid in de klaarlichte dag om ons heen. Stipjes op de aardbol, omgeven door een atmosfeer die in jaren niet zo schoon is geweest. Elk etmaal, een draaiend halfrond lang. De dampkring waarin we verkeren en daaromheen een uitspansel van eeuwigheid. Totaal omgeven .. nou ja, zo kan ‘ie wel weer Douwe .. nee ik meen ‘t: die intieme geborgenheid en overwhelming oneindigheid ineen!
Wat doen we hier? Hoe komen we hier terecht in die onmetelijkheid van tijd en ruimte? Die onvervulde klaarheid waarin ik adem, met al m’n zintuigen op scherp in dat waanzinnig zinsbegoochelend wonder van kabbelend water, de miljarden schitteringen die steeds opnieuw uitdoven in een soort zinloos geschater dat vanuit ieders perspectief totaal verschillend opklinkt.

Ik weet dat ik lig te kauwen op een woord dat uitspansel heet. En dat ik niet weet wat ik aanmoet met al die eeuwigheid nu. De gekte alleen al, die je tegenkomt als je met je aandacht voorbij de lichtsnelheid probeert te komen. Bevangen in een wereldomspannend vlies dat ons van dit uitspansel onderscheidt. Bevangen door een pandemie, die bij herhaling ‘flatten the curve – boodschap’ waarin dat overweldigende besef ontwaakt voor wat exponentiële ontwikkeling heet. En waarvan ik zeker weet dat we dat besef ons eigen moeten maken willen we als soort voortbestaan. Die alsmaar herhaalde opdracht voor ‘social distancing’ die enorme gelegenheid ‘relatieruimte’. Waarin we niet gewend zijn te denken maar wel aan moeten, om door te krijgen .. wat .. ja wat eigenlijk?
‘Droomkoninkje’ noemden ze mij vroeger.
Al vroeg werden mijn dromen ingeprent met een geloof dat ook nog ‘een zeker weten’ heette te zijn.

Volgens Foucault brengt de droom niet onze gebondenheid aan menselijke ‘driften, verborgen mechanismen en onmenselijke raderwerken’ aan het licht, maar juist onze oorspronkelijke vrijheid. ln de droom is immers onze geest niet gebonden aan de beperkingen van de werkelijkheid? We kunnen er iedereen ontmoeten, levenden en doden. We kunnen erin doen wat kan en niet kan. En erin doen wat we niet laten kunnen. Wat je uiteindelijk droomt, zegt dus van alles over wat jij van je bestaan maakt of maken kan. De potentie erin.

‘Een droom die je alleen droomt, is maar een droom. Een droom die je samen droomt, is werkelijkheid.’ herinneren John Lennon en Yōko Ono zich op 5 December 1980, drie dagen voor Lennons dood. Of je nou vrijwillig uit je droom ontwaakt of de werkelijkheid jou uit de droom helpt; de werking van een ervaren werkelijkheid vraagt je te realiseren wat je (je) realiseert. Een wederkerig iets, dat in wisselwerking met jezelf en je omgeving ontstaat, een plaats vindt en zichzelf de tijd neemt. Voor zover we ons in tijd/ruimte denken: relatieruimte
Alles wat in je droom aan geloof is bijgebracht, moet je zien kwijt te raken, voor zover je jezelf er niet in kan verstaan. Zelf moet ik nog steeds door heel wat gewetensvolle lagen ploegen, om in mijn oorsprong mijn natuurlijke oersprong te beluisteren. ‘t is broeden geblazen.

Toegegeven: Het dagelijks leven vormt een behoorlijk weerbarstige praktijk. Broeden waarvoor? In doelgericht vaarwater is het lastig tobbedansen.
Maar stel een periode voor om deze vaardigheden te ontwikkelen .. is dat niet nu? Er kan echter een grote misvatting bij insluipen. Namelijk dat het om zelfbeheersing draait waar wilskracht aan te pas komt. Wilskracht is echter een mooie maar beperkte hulpbron .. ze neemt af bij vermoeidheid en stress .. juist als je haar nodig hebt, laat ze ‘t afweten.
In aandacht kan je laten gebeuren, laten ontstaan, laten ontwaken .. wat een wonderlijk woord eigenlijk .. ontwaken. Hoe gaat dat wakker worden?
Het zijn maar woorden: social distancing .. flatten the curve .. quality time .. huidhonger hoorde ik laatst. Laten we er relatieruimte van maken.

Inmiddels is het de vrijdag voor het komend Loos Alarm. Bij het opstaan vanmorgen, zwemt het ganzenpaar met vijf jongen voorbij. De ouders hebben de kop geheven. Je zou er trots in kunnen zien, maar zij speuren de lucht af. Het blijven prooidieren: roofvogels moeten we niet hebben. De jongen leren volgen. Eigenheimers … Straks lossen ze op een de grote vlucht.

Potloodventer bewerkt-vierkant-ged.transparant

VOETNOTEN:
Banner: televisie als meditatieve kunst - Nam June Paik, TV-Buddha, 1974. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
TIP: in verband met de tijdelijke sluiting van het museum is er een virtuele “Live tour” van de rondreizende tentoonstelling van Nam June Paik: The future is Now

Ik wil jouw veel af laten weten van mijn kunst
Soms moet je er meer over vertellen over dan je lief is
Ik vertel over video en muziek (belangrijk)
Surround video system sound Johan Kuipers
Johan Kuipers | Er gaat iets veranderen
Johan Kuipers | Reflectie op ‘Mijn Manier van Kunst Maken
Johan Kuipers | Reflectie op ‘Ik Maak Kunst (en daar gaat het over’)
TIP: Ook Johan Kuipers verzorgt een virtuele rondleiding in verband met de tijdelijke sluiting van het Langhuis – Zwolle over zijn tentoonstelling daar.

‘Tijdvenster’ als randvoorwaarde voor ‘inprenting’: het leerproces waarbij vroege sociale interacties een grote rol spelen bij de ontwikkeling van gedrag. Het beroemdste voorbeeld is dat van de ganzen van Konrad Lorenz, de Oostenrijkse etholoog, die samen met Niko Tinbergen een Nobelprijs ontving. Lorenz was een groot voorstander en verdediger van observationeel onderzoek en het analyseren van gedrag op basis van deze observaties. Een voorbeeld: Jonge ganzen die net uit het ei komen volgen automatisch hun moeder. Het blijkt dat de jongen een kritische bindingsperiode hebben, waarin zij het eerste wat zich op bepaalde manier beweegt als hun moeder zien, accepteren en achternalopen. Dat kan een lange stok zijn met een doek eraan geknoopt. Ze liepen achter iedereen aan die de stok vast had. Lorenz experimenteerde voor het eerst met dit gegeven in 1935. Het toonde dat jonge ganzen instinctief volggedrag vertonen op het eerste voorwerp dat in hun gezichtsveld komt na de geboorte, ook wel inprenting genoemd. Voor inprenting is er meestal sprake van een ‘tijdvenster’, dat ligt bij de gans tussen het dertiende en het zestiende uur na het verlaten van het ei. (Daarna neemt die gevoeligheid af en met tweeëndertig uur is ze nagenoeg volledig verdwenen). Dan is verdere inprenting van gedrag onmogelijk of moeilijk. Lorenz werd bekend door zijn boek “Er redete mit dem Vieh, den Vögeln und den Fischen”, door Hans Warren vertaald als “Ik sprak met viervoeters, vogels en vissen”.

Inprenting is het leerproces waarbij vroege sociale interacties een grote rol spelen bij de ontwikkeling van het gedrag. Het beroemdste voorbeeld is dat van de ganzen van de Oostenrijkse etholoogKonrad Lorenz. Gedrag en Wetenschap – Inprenting TELEAC teleac-filmpje waarin je Lorenz ziet zwemmen met zijn ganzenjongen op de rug Een tijdsbestek van 18 uur, is ‘t gepiept zeg maar.

Roberto Juarroz een van zijn vele gedichten in Poesia Vertical. Createspace Independent Publishing Platform, 2001. Vertaling Mary Crow en Ellen Deckwitz

Op een gegeven moment is kunstenaar Linda Molenaar gefascineerd door de kip en verdiept ze zich op een gans eigen manier in het dier: zij wordt zelf kip. Er zwerft van alles aan motieven maar een daarvan is: de kennis verrassen: dat mensen zeggen dat kan niet en dat ’t dan toch wel kan. Zo zit ze zes weken lang op de bank met een broedbuidel op haar buik en broedt zie Octavio uit, een Silver Sebright krielkip. Het broed- en geboorteproces legde ze vast op foto en video. In een performance zit de kunstenares in een verenpak en met een hanenkam op als een kip op stok. Ze presenteert de broedbuidel, een miskraam op sterk water, foto’s, video, kippenpakken en de kip Octavio die na overlijden is opgezet. Het verhaal dat nog veel verder gaat, geeft aan waar je met je eigen spelwerkelijkheid in terecht kan komen. Bloedinteressant om te volgen en je eigen perceptie in na te gaan.

‘De droom is de drager van de diepste menselijke betekenissen, doordat hij de oorspronkelijke vrijheid van de mens aan het licht brengt.’ schrijft Michel Foucault in de inleiding bij Ludwig Binswanger, Traum und Existenz (1954) Filosofiekalender 2020

“A dream you dream alone is only a dream. A dream you dream together is reality.” A line written by Ono many years before, and quoted by Lennon in December 1980 in All We Are Saying : The Last Major Interview with John Lennon and Yoko Ono (2000) by John Lennon, Yōko Ono, David Sheff, p. 16.

Elke Wiss (34), praktisch filosoof, in een NRC interview: ‘We vragen zoals we ademhalen, te snel en te oppervlakkig’ en stelt daarbij: ‘te veel begrip en empathie zit een gesprek alleen maar in de weg.’ en ‘Het maakt niet uit als je iets niet weet. Als je maar de goeie vragen stelt.’ Daarover zal het volgende blog gaan. Over relatieruimte en vragen ..

Comments