work#art-Katernenbanner-blog-69……
……………Ga niet gewillig heen
……………onbewaakt ogenblik:
……………dat is het kantelpunt
……………val uit de tijd – ga niet gewillig heen
……………druk de schelp aan je oor, ga tekeer
……………tegen het doven van het licht, je eigen bloed

……………Onbewaakt ogenblik
……………waarin je opschrikt en de dichter in je hoort gonzen
……………als een gulzige bij op zoek naar bloemen
……………ieder woord zijn eigen kleur die hij opzuigt
……………en thuis in zijn korf geurig besuikert en berijmt

……………Als uit een schacht, vanuit de diepte
……………worstelen de woorden zich omhoog
……………tot hier aan de rand van het strand
……………zij razen in de cadans van het zich
……………almaar herhalende gebod: ga niet gewillig heen. ……………………………………………………………. Bernlef¹
……………
……………
……………
Golven
Om maar eens met de deur in huis te vallen:
Ik zie ‘leven’ als een 
vitaal gegeven en ‘tijd’ als dynamiek.
Ik stel me een ‘moment’ voor als  koppel van krachten en ‘mezelf’ als een inderdaad , een werking in een samenhang die me omgeeft en om me geeft.
Een gelegenheid die het mogelijk maakt om ermee om – en erin om te gaan; een lichaam met de potentie zich erin te ontwikkelen en verdiepen.
Een ‘huid ‘die zich huiverend aftast In de omgang met mezelf en de krachten om me heen.
Ze werken op me in en in me door; trekken me aan en stoten me af. Ze leiden me in banen als een satelliet.
Een werking waar ik op in- en in meega, waarin ik me uitwerk vanuit een aandachtig verlangen.
Ik zwem rond in een ruimte als een golfslagbad en maak mij mee in de deining van de tijd. ik werk me erin uit en laat me erin uitwerken.

Geen kip òf ei, maar kuiken in ei. Het jong vervult en ontwikkelt zich. En doorbreekt tenslotte de eigen schaal om aan een leventje te beginnen dat buiten hem om, maar ook in hemzelf plaatsvindt.
Een ‘huidige’ tijd in een immense ‘schaal’ van ontwikkeling, een huiverende ruimte waarin dat plaats vindt en hij rondscharrelt. In een spel met zichzelf als spil van waaruit hij balanceert en de eigen mogelijkheden afweegt.
Een draaikolk rond een vacuüm besef rondwaart in een capillair van waarom / daarom. Een spel van machten en krachten. ⁸

Wat mij betreft is ‘tijd’ allang geen begrip meer waarin de grote en de kleine wijzer mist. Wijzer dan ik heeft ze niets om het lijf. Ze neemt gedaantes aan en geeft me ruimte om daar bewust op in-, in op-, in mee- of mee om te gaan.
Ze doet mij me uitdrukken in haar barensweeën: ademen, adem inhouden, ademt u maar weer door ..
Qui-Vive? Peil je dobber, zilt je zee!

……………
……………Er bestaan geen sluipwegen naar het verleden en toch
……………kan het gebeuren dat je wordt teruggedreven naar sommige vroegere
……………achteroms, duinpaden, veranda’s … gewillig heen…………………………………………………………………. Hans Tentije ²
……………

Heeft een kuiken iets door van wat het te doen staat?
Soms houdt het even z’n adem in, een bonkend hart en hijgen, net als ik. In zo’n helder ogenblik dat je aankijkt en jij inziet. Zo’n onverdeeld moment in contact.

Kippenvel krijg je ervan. Het is 10 maart 1966; ik ben nog geen zestien en voor ’t eerst alleen in de grote stad. ³
Ik zal er toch wel eerder geweest zijn? Ja, in de Cineac op het Damrak. Met mijn vader en een iets ouder broertje. Ik zie een filmjournaal over ik weet niet meer wat. Maar wel dat ik mijn ogen uitkeek. Het felle flikkerende lampje dat ik achter me wist in het duister. En ‘t geluid van radertjes in de perforatie van het celluloid, dat zich afwikkelt en opspoelt. Die rollende rrrr, die me opwond …

Hier speelt het zich af op klaarlichte dag. Ineens zit ik middenin een gebeuren dat om me heen plaats vindt en nu geschiedenis heet.
Ratelende wielen, het klikklak van paarden ze trekken een doodstil spoor in een haag van woelige massa. Juichende huigen .. dat joelen om me heen..
Als een stomme film trekt een stoet aan me voorbij en weer kijk ik mijn ogen uit. Ditmaal vanuit een lantarenpaal op de Dam.
Ik schiet foto’s om de tijd stil te zetten maar heb maar één rolletje van twaalf. Die van de majesteit zijn bewogen, weet ik nog en een aantal zwart.
Niet door mijn ongemakkelijke positie of vanwege het kille weer. De trillende vingers rond de sluiter komen van een sidderend moment
Zo opgenomen in een oranjegezind geheel als eerder thuis, zo onbehaaglijk voel ik me nu in dit vreemde gezelschap.
Voor het eerst word ik geconfronteerd met provo’s.
Die zetten zich af tegen de macht van de gewoontemaatschappij. Ik sta ik oog in oog met mijn plekje daarin.

Zie dat mannetje daar. Een vreemde eend in de bijt. Als een aap is ‘ie in een lantaarnpaal geklommen.
Net is de stoet aan hem voorbij, of beneden achter hem klinkt een enorme boer, die rochelend uitloopt in een dierengeluid van onbestemde makelij.
Hij draait zich om. Een haveloze man laat zich schaterlachend in z’n tandeloze bek kijken.
De jongen keert zich af, houdt zich nog goed en kijkt opzij. Recht de Raadhuisstraat in. Ik kan niet geloven wat ik meemaak.
Maar moet er wel aan geloven.

“what lies behind us and what lies before us are tiny matters compared to what lies within us” ⁴
Huiverhuid. Vanaf die datum laat ik mijn haren groeien.

Ik krijg ze ’t langst van iedereen in Kampen. En ik droom weg bij LP’s van Sgt. Pepper’s en Picknick.
De teksten ken ik van buiten. Met name Canzone 4711 en Eva: Ik hou de wereld in mijn hand .. Dromen is aandacht op een heel lag pitje, diep van binnen.

“De mens is een schepping van het verlangen, geen schepping van de behoefte.” schrijft Bachelard.
En: “De waarheid is een gecorrigeerde vergissing.”

Eenmaal uitgebroed, breekt je bewustzijn uit haar kalkschaal. Of valt een vanzelfsprekende wereld in duigen?
De ‘jaren des onderscheids’ zoals dat in gereformeerde kringen heette, nemen een aanvang. In grote verbijstering en ontzetting, maar de ervaring is dun .. dun ..
Onderscheiden is een gebeurtenis. Alle waarheden gaan aan gruzelementen: De verf die ik morste, vliegt plots’ling in brand. ‘t Palet val vlammend uit mijn hand ..

In ieder geval slaat mijn generatie om in adderengebroed. Laat scherven achter zich. Waarom op eieren lopen?
Ik teken en schilder niet meer .. ik sla een ruit stuk .. lucia .. Het licht dat doorbreekt in de barsten, wordt bloedinteressant. In de tik èn de barst, in iedere haar .. Alles is in de kern aanwezig. Met beelden krijg je klaarheid in woorden geef je betekenis .. iedere keer opnieuw. En ik wil onbevangen blijven kijken. Hoe moet dat in godsnaam. Hoe krijgt ik die tik en die barst met elkaar voor elkaar?

Protest keert zich tegen wat het achterlaat. Hoe meer de werkelijkheid niet meewerkt, hoe beter je je af kan zetten. Hoe oeriger je roerige kracht.
Iedereen kent dat ondergevoel. Misschien niet zo overhellend en kantelend als toen. Niet zo’n uitgesproken in een stuiptrekking.
Maar wel zo’n uitbraak uit ‘wat was’; zo’n inbreuk naar ‘nu’ en doorbraak in ‘en nu?’ Dat aankomen in een vertrek. ⁷

In mijngeval wist men niet hoe snel men omschakelen moest om me heen. Van praeses van de schoolvereniging werd ik tot voorzitter van het leerlingenparlement gebombardeerd. Kwam die wissel van onderop of bovenaf? Opvallend genoeg weet ik dat niet meer. De school is in een nieuw gebouw beland, maar tevreden ben ik niet met enkel meebeslissen over de plaatsing van vuilnisbakken. Waarom doet men niet mee, als het erop aankomt?

‘Als de rook om je hoofd verdwenen’. Geest uit de fles of geïnspireerd? Van buitenaf of binnenuit? Zo de wind ademt.
Ik hou ’t voorlopig bij een schoolopstand die mij overkomt en voor de school behoorlijk uit de hand loopt.. een protest ontrolt zich alsof ’t de normaalste zaak van de wereld is .. gesmeerd ..

Zie dat mannetje daar. 19 jaar is ‘ie inmiddels. Na drie klassen overdoen, wordt ’t wel eens tijd voor wegwezen, eruit.
Er vaart inmiddels een grote klaarheid door me heen. Een uiterst kalme drift gaat gepaard met een grote verachting voor de inertie om me heen.
Alsof de tijd stilstaat en ik als een discus in beweging kom. Killing moment? Het vertegenwoordigt lig een verleden, waar ik definitief uit stap. De tijd maakt er een eind aan.
En ik gehoorzaam aan die tijd, mijn tijd. Ik sta in het hokje van de conciërge, het is volkomen stil om me heen.
Voor me hangt een bord met heel veel knopjes. Ik heb wel wat met knopjes en besluit om op eentje te drukken. Onmiddellijk besef ik de werking van intercom en begrijp ik dat ik ingrijp. Ik hoor mezelf iets zeggen als: ‘Kom naar buiten. ‘t Is voor de hongersnood in Biafra. We doen zeven maal een rondje om de Bovenkerk.‘ ⁵
Het gevolg is niet te overzien .. Rechts door de klapdeuren stromen leerlingen de lokalen uit, de hal om het hokje vult zich. Ik zie de rector voor me, hij struikelt in de woelende stroom achter ons. Ik hoor zijn stem nog schrapen uit een lostrillend gebit: “Ik schlors je”. Het zal niet gebeuren. En de kerk staat nog recht overeind. ⁶
De stroperige traagheid om me heen verplaatst zich geen millimeter. Het blijkt en tijdelijke opwinding. Een storm in een glaasje water

Zo’n uniek moment. Maar iedereen zal in zichzelf de eigen voorvallen herinneren waarin je overkomt wat er gebeurt.
Ben jij de veroorzaker van wat het teweegbrengt? Iedereen speelt een eigen hoofdrol.
Is ’t het moment? Ieder moment is de tijd rijp en staat ze op springen.
Een volkomen natuurlijk proces: Open source – ondeelbaar ondubbelzinnig weergaloos – qua energie volkomen kalm van binnen een storm om je heen veroorzaken.
Een impact zonder dat er drift bij komt kijken. De tijd is op drift, daarin op dreef raken – ongepland. Er stond wat te gebeuren, je voelt het aankomen – voorzien in niet voorzien -
De ruimte die je inneemt, gevoed door waar je uit voortkomt. Als je er midden in zit, ermee samenvalt neem je ogenblikkelijk in je op.
Maar in feite doe je een aanname en geef je die weer, je ademt.

De dreiging: ‘Wie niet horen wil, moet maar voelen’, belandt in een vacuüm. Een verschil in isobaren verplaatst me naar elders.
Alleen de ervaring kan me nog leren. Voortaan lees ik de beelden en teksten die ik maak en schrijf. Tasten .. een huidige tijd ..
Een half jaar daarna draait alles om beoefening van kunst. Nog wat jaren later proef ik de essentie van draaiklei op een pottenbakkersschijf.
We steken haar zelf bij eb uit de kwelders in Zeeland. Als de golven even geluwd zijn.
Alleen het zout moet er nog uit gewaterd .. een langdurig proces van rijpen tussen inkuilen en opgraven … en …
… ademen, adem inhouden, ademt u maar weer door …
work#art-KleineKatern-NieuwHooi

VOETNOTEN
¹ Bernlef: ‘gedicht (nr. 3931)’ in: Zeegang – In omgekeerde richting, Atalanta Pers Baarn 2011., uitg. Atalanta Pers Baarn 2011.
² De strofe daarna is van Hans Tentije in dezelfde dichtbundel.
Joop Leibbrand heeft een mooie recensie geschreven over deze bundel als samenwerkingsproduct in Meander Magazine 2011/11

³ Op 10 maart 1966 traden prinses Beatrix en Claus von Amsberg te Amsterdam in het huwelijksbootje.

⁴ ‘What lies behind us and what lies before us are tiny matters compared to what lies within us’ – een citaat toegeschreven aan de Amerikaans essayist Ralph Waldo Emerson.

⁵ Het verhaal, de metafoor en de getalssymboliek haal ik uit hoofdstuk 5 en 6 van het bijbelboek Jozua. Ze plopt daar als het ware in me op. De muren van de stad Jericho zouden volgens het Bijbelboek Jozua verwoest zijn nadat er op sjofars (ramshoorns) geblazen werd en het volk zou juichen. Rond de muren van de stad werd zes dagen lang, eenmaal per dag, een ronde gelopen door de belegeraars, al blazend op de zeven ramsbazuinen. Op de zevende dag liepen de Israëlieten zevenmaal rond de stad; daarna werden de ramsbazuinen geblazen en tegelijkertijd juichte het hele volk. De muren stortten in en de belegeraars kwamen probleemloos in de stad, waarna zij alle bewoners doodden. Daarna werd door Jozua en het volk een vloek over de man uitgesproken die Jericho zou herbouwen: hij zou haar fundering leggen ten koste van zijn eerstgeboren zoon en haar poorten oprichten ten koste van zijn jongste zoon, wat volgens het verhaal later ook gebeurde. wikipedia
⁶ om een beeld te krijgen van die fundamenten van Jericho ..

Aankomen in een vertrek is een strofe uit een gedicht van mijn hand, gebruikt tijdens de installatie ‘Openbarstig Weerbaar’ in 2006 in de Koornmarktspoort. Tijdens de performance voor de opening van die installatie, werkten we met een witte vlag waarmee de poort van buitenaf werd benaderd en gefilmd. (optreden van Kirsten Offringa en ondergetekende) en van binnenuit beantwoord door een witte vlag naar buiten te steken vanuit een luikje in het dak. Deze vlag hing vervolgens de gehele duur van de installatie uit de poort en werd alle drie maanden 24/7 gefilmd en lifestream in de poort vertoond. (direct na het uitkomen van dit blog, vind ik het blad Cultuur in Overijssel op de mat. Huh? Het symbool uit deze performance wordt nu gebruikt in het magazine Cultuur in Overijssel om de ambities van de provincie tijdens het Cultuurcongres Overijssel 2019 toe te lichten. Tot mijn verbazing heeft het model op de foto een zelfde jurkje aan als Kirsten. Alleen de kleur verschilt, geen rood maar roomwit. In Kampen zeggen ze na zoiets openbaar gemaakt te hebben: ‘Ik zegge ma zo, ik zegge maar niks’. of ‘Ik bedule maar, ie weten wel’. Iets van huiverhuid ontbreekt me ook niet bij de foto en het gedicht op de achterflap. Vergelijk zelf. De bibber de huiver en de lucht – we delen het tot in de verzenen om het maar eens antiek te zeggen (:-) De tijd is kennelijk ‘huiverend rijp.’ Ik vraag me af: Hoe rond en binnen die huivering elkaar bibberend ontmoeten en zorgvuldig, reflectief focussend en kritisch met elkaar om te gaan, en via elkaar daar meerwaarde uit putten, kan dat in zo’n groot congres, speeddates en/of cockpit-sessies? Wil ik daarin een rol vervullen? Op dat soort vragen hoop ik al schrijvend in het volgende blog iets van een antwoord te vinden.

„Protesten komen altijd in golven”, zegt Jacquelien van Stekelenburg (hoogleraar sociale verandering en conflict aan de Vrije Universiteit Amsterdam.) in de NRC van 25 oktober j.l. „We hebben nu te maken met een springvloed.”
Er moet een vonk zijn die overslaat, en er moeten mensen zijn die de protesten gaan organiseren. Dan pas kan het uitgroeien tot een massaprotest. Die vonk is in deze huidige opleving nog moeilijk aan te wijzen. Tijdens de vorige grote protestgolf, die zo rond 2009 en 2010 begon, toen je over de hele wereld Occupy-bewegingen zag opkomen, was die heel duidelijk.

Picknick is het derde album van Boudewijn de Groot. Het verscheen begin 1968. Het album is geïnspireerd door Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Beide albums kleuren de Flowerpowerperiode. Op de lp zijn de beide zijden afzonderlijk getiteld, respectievelijk ‘Picknick’ en ‘De Tuin der Lusten’. De teksten zijn geschreven door Lennaert Nijgh en de muziek is gecomponeerd door Boudewijn de Groot. Sgt. Pepper ben ik niet lang na aanschaf ineens kwijt. Maar Tuin de Lusten draai ik grijs. Er zitten twee tikken in de plaat één voor en één na het nummer Eva. Niet op deze URL (daar gaat een advertentie aan vooraf, die je weg moet klikken). De tekst ken ik van buiten: Ik hou de wereld in mijn hand ..

Op 7 december 2002 schrijft Ger Groot in De Groene nr. 49 een zeer helder artikel over Eva ter gelegenheid van het overlijden van Lennaert Nijgh. Hij dichtte de tekst: waarin het verhaal van de schepping verandert in verschrikking. De tekst ademt de dromen, beelden en de levenshonger van de stad die hem verlokte. Zijn Eva wandelde ooit in de Melkweg en leek een nieuwe wereld te beloven. Ze bespookte in zijn verzen, te opstandig om al geslachtelijk-correct te zijn, het verlangen van een hele generatie.
Een stukje uit Canzone 4711 ook uit dat tweede deel De Tuin der Lusten:
……………De regen deed me weer naar zee verlangen,
……………haar golven hielden mij opnieuw gevangen.
……………Het ochtendblad dat nam ik mee, het was van mij.
……………Steeds verder werd ik weggesleurd van ‘t strand,
……………de geur van eau-de-cologne woei van ‘t land.

“De mens is een schepping van het verlangen, geen schepping van de behoefte.” Een citaat van de wetenschapsfilosoof Gaston Bachelard(1884-1962).
In zijn boek La formation de l’esprit scientifique (1938) bespreekt Gaston Bachelard het idee van de ‘breuk’. Hij stelt daarin: ‘De waarheid is een gecorrigeerde vergissing.’ en doelt daarmee op het moment waarop met een heersende wetenschappelijke theorie wordt gebroken ten gunste van een nieuwe theorie. Zo’n breuk doet zich voor wanneer de wetenschap op obstakels stuit die haar verdere ontwikkeling in de weg staan. Die obstakels ontstaan wanneer het wetenschappelijke denkkader te beperkt wordt om nieuwe feiten of inzichten in zich op te nemen. Volgens Bachelard bestaat wetenschappelijke kennis dus niet uit een opeenhoping van definitieve waarheden, maar alleen uit een verzameling gecorrigeerde vergissingen die, elk op zijn beurt, weer potentieel onjuist zijn. (deels uit Vanno Jobse in Filosofiekalender 2019 – vri 1 nov. 2019) La formation de l’esprit scientifique is als bestand te downloaden via internet.

⁸ Foucault verwerpt de moraliteit als een ander machtsdiscours dat de relaties van overheersing tracht te bestendigen. Sterker nog, het zou kunnen worden beschouwd als een vorm van macht die nog meedogenlozer en onverbiddelijker is dan de andere vormen. Vanuit moraliteit worden oordelen geveld en sancties getroffen. Afwijzing of uitsluiting wordt beslist en toegepast, alles dat maar consistent is met wat past binnen de parameters van moraliteit. Daarom luidt een van de citaten van Michel Foucault: “Je moet een held zijn om de moraliteit van de tijd te trotseren.” De moraal van een tijdperk kan een individu beëindigen. De geschiedenis wemelt van de voorbeelden. Sterker gesteld: intolerantie tegen wat een samenleving als ‘immoreel’ beschouwt, wordt vaak genoeg tot in het extreme doorgevoerd. 3. ‘Moraliteit, een vorm van macht’ in: Vijf indrukwekkende citaten van Michel Foucault maart 2, 2018

BEELDEN
Banner boven het blog: Twee foto’s van work#art ‘Katern 2′ – tijdens twee verschillende installaties op verschillende plekken.
Beeld onder het blog boven de voetnoten: work#art ‘Nieuw Hooi’. (Ho Chi Minh City – Vietnam)

Comments