work#art-Douwe portret-Wieger Steenhuis

Sinds een week of wat raak ik in razend tempo aan de beterende hand.
Met een slangetje door mijn neus en een sondezakje op mijn rug. Zo blijf ik nog een paar dagen interessant aan de buitenkant. Daarna zal alleen nog een stomazakje onder m’n kleren het gemis van een dikke darm onder mijn huid verraden.
Een gegeven om mee te leren leven.
Ik knap dus zienderogen op. Met astronautenvoeding- rechtstreeks mijn darm in gepompt – en eten dat weer heerlijk over de tong gaat, groeit m’n gewicht met de dag. Gelukkig kregen Wieger en ik nog net de tijd voor een fotoshoot.
Mijn conditie is nog niks waard en ook tast ik wat wankel naar evenwicht. Maar de situaties waar ik langzaamaan weer in beland, mogen nu in alle richtingen uiteenwaaieren.

Negen maanden ziek zijn is zuigend genoeg. En beperkend bovendien. Niet alleen voor mij, ook voor de omgeving. Door me maar zoveel mogelijk aan verdere belangstelling te onttrekken, raakten mijn restje energie en het medeleven om me heen niet vervuild met slachtofferschap.
Zo kon ik me concentreren op wat me als patiënt te doen stond: genezen.

Een klus op zich ..
Bewust erbij blijven, me niet verliezen in wat zich voordoet en dat proces zorgvuldig begeleiden. Van binnenuit, van buitenaf en naar buiten toe.
Maar ook een samenspel .. met dezelfde invalshoeken en perspectieven

Achteraf deden we daarbij een wonderbaarlijke ontdekking.
Vorig jaar bracht het project Anklang ons op het spoor van de muzikale omgang met ‘toonzetting’ en ‘weerklank’ in Epirus ¹.
Na onze abrupte terugkeer zocht die zoektocht naar een voortzetting thuis.
De ervaringen die we opdeden in de Griekse valleien, werkten hier door als voedingsbodem voor herstel. Blijkbaar vertaalden we ze naar de nieuwe omstandigheden waarin ik verkeerde. En waar Bert & Rietje en wat vrienden en familieleden voor een waardevolle echo zorgden als de bergen rondom.
Ik word me er meer en meer van bewust dat ik me na die lyrische zoektocht, steeds oorspronkelijker leer te beluisteren en inschatten.

Muziek beoefening is vooruitlopen op de ervaring ervan: Open voor wat er gebeurt. In overgave aan wat je te doen staat. En niks daartussen. De energie die vrijkomt wordt omgezet in muziek om je heen. Je voelt je omgeven door het spel dat uit jezelf voortkomt.
Tijdens zo’n uitvoering ben je echter zelden alleen. In dat besef voel je ook de energieën uit andere invalshoeken en perspectieven. Mensen die meewerken door te luisteren of te dansen bijvoorbeeld .. of als de ruimte is ingericht op een goeie akoestiek ..
Christopher King laat die perspectieven en invalshoeken heel mooi en verhelderend zien in zijn boek Lament of Epirus – an odyssey into Europe’s oldest surviving folk music - hfdst.6: Shephards song. Als je zijn tekst hieronder leest, begrijp je vast wat ik bedoel. (onder het plaatje van de vallei Klimatia met schema erin ² )
Maar wat te doen als je samenspeelt met mensen, die niet meteen staan te springen om jouw muziek? Of in samenwerking van zichzelf uitgaan. Of in een ruimte met een heel andere akoestiek en toonzetting. Of in een speelruimte met regels die niet de jouwe zijn?
Hoe hou ik ‘t dan vol om mezelf zo oorspronkelijk mogelijk te kunnen beluisteren en in te schatten?

Een klus op zich? Kennelijk is er meer aan de hand.
Bewust erbij blijven, me niet verliezen in wat zich voordoet en dat proces zorgvuldig begeleiden. Van binnenuit, van buitenaf en naar buiten toe.
Het blijft een samenspel .. met dezelfde invalshoeken en perspectieven . .. en in een zelfde samenhang!

Qui Vive? Wie of wat leeft er op zo’n moment? Wie of wat schreeuwt er het hardst tijdens een gebeurtenis?
De gebeurtenis zelf: de boreling toch?
De adem die vrijkomt dient ruimte te krijgen. De schreeuw die eruit vrijkomt weerklinkt tussen de mensen eromheen.
De ruimte die vrijkomt dient tot leven gewekt, gekoesterd in de akoestiek die je met elkaar realiseert.
Een vallei voor de lyriek die ieder moment opnieuw geboren wordt en telkens weer oorspronkelijk beluisterd en ingeschat kan.

Mooi gezegd niet? Aan de bak dan. Achteraf bleek dit de zoektocht waar ik in deze zuigende ziekte periode mee te maken kreeg.
Muziekuitoefening werd improviseren in iedere samenwerking opnieuw. En communicatief spel met de beschikbare energie van het moment.
Met name in het ziekenhuis deed ik daarin veel ervaring op. Het werd een atelier om op het diepste niveau mijn leven als kunstwerk in te leren zetten.
Het werd een verregaande odyssee rond in een heel dun laagje ernstig ziek, waarbij mijn hele zielige zaligheid op de tocht kwam te staan.

In een hospitaal gaat herstel gepaard met een spel waarin de ziekte wordt bestreden en onderdrukt. Een allopathische benadering heet dat.
Hoe vriendelijk en respectvol men er ook naar patiënten is, ik kwam met mijn zieke darm terecht in een strijdtoneel, bepaald door protocollen, specialismen en hiërarchie.
Zoiets merk je niet als je er niet op let. Ik let graag op als het erop aankomt. En het kwam er vaak op aan, want ik kwam vaak terug.
Recidive heet dat. Steeds weer op een andere afdeling met heel andere zorgverleners en wat andere kaarten met beterschap op het prikbord.

In dit spel spreekt men van respectvolle samenwerking met de patiënt die meewerkt aan z’n genezing. In mijn rol als patiënt, leek het vaak een klus tegen de verdrukking in. Soms moest ik me onder de druk vandaan vechten.
De mensen die in het ziekenhuis werken, zijn – zonder uitzondering lijkt wel – innerlijk gedreven om mensen te helpen. Ze spelen hun rol, ieder binnen de eigen deskundigheid en verantwoordelijkheden. Vanuit m’n zieke bedje zag ik veel. Bijvoorbeeld hoe ze in hun functionele verantwoordelijkheid zo maar kunnen vergeten waar ze ‘t ook al weer voor doen. Of in hun bescheidenheid gemakkelijk aan zichzelf voorbij gaan.
En ik dan? Met het minste of geringste raakte ik zelf ook afgeleid van waarom ik daar ook al weer lag.
Dat leidde tot confrontaties die zich onverwacht aandienden en paradoxale situaties opleverden. Hoe kon ik op zo’n moment zorgen dat we een spel bleven spelen? Een heilzaam samenspel voor iedereen? Waarin ik ook mezelf kon blijven verstaan en te verstaan te geven? Muziek beoefening was hier reflectie in actie. Gelukkig was er telkens net voldoende tijd voor reflectie en afstemming.

Als het er echt op aankwam vertaalde ik alle gedoe naar energie en transformeerde dat naar een werking die als muziek in de oren klonk. En nieuwe bewegingen in gang zette.
Zelfs in het ziekenhuis kon een vallei voor de lyriek ontstaan, gekoesterd in de akoestiek die je met elkaar realiseert.
Genezen bleek een gevecht met mezelf en mijn omgeving en steeds op het randje een balans vinden. Misschien is dat mijn redding wel geweest.

Zonder er verder over te zeiken, ben ik behoorlijk uitgeziekt: Behalve dat ik mijn dikke darm heb moeten prijsgeven, heb ik ook veel gewonnen.
Ik ben er mentaal sterker uitgekomen, Niet alleen opgelapt en van buitenaf opgeknapt maar van binnenuit opgeruimd.

Komende donderdag ga ik nog eenmaal terug, Weer naar een nieuwe afdeling: Pathologie. Na twee manden onderzoek, kan ik daar mijn darm ophalen.
Die begraven we binnenkort onder een elders afgedankte boom.

.

NOTEN:
¹ Anklang – een lyrische zoektocht naar de oorsprong van ons gehoor – zie blog 58 en projectbericht Anklang; een lyrisch onderzoek. Eind september vorig jaar moesten we dit Balkan-project halsoverkop onderbreken en als een speer terug naar Nederland. Met dat ik ziek werd, leek die plotselinge onderbreking een finale inbreuk op waar we ter plekke mee bezig waren. Maar het zette zich in Nederland gewoon voort.

Christopher King beschrijft dat heel mooi in Lament of Epirus – an odyssey into Europe’s oldest surviving folk music. In hoofdstuk 6 valt te lezen hoe men elkaar leert om de muziek zo te laten weerklinken dat een vallei daadwerkelijk tot leven komt. De akoestiek van omgeving raakt ervan bezwangerd en geeft nieuw leven aan wat zich erin thuisvoelt. (Voor de perspectieven en invalshoeken daarbij: Zie tekst en plaatje van de vallei Klimatia met schema erin hieronder ²)
Dat hebben we aan den lijve ervaren. Zoals tijdens een
panagierie – een jaarlijks terugkerend (en meestal door de kerk georganiseerd) dorpsfeest, waarin een gemeenschap dansend, etend en drinkend uit zijn dak gaat. Een verbroederende en tegelijkertijd zeer gastvrije gebeurtenis. Ook voor xenos (buitenstaanders). We bleken gewoon welkom!
Of als ‘gehoorzaamheid’ van een kudde geiten in de echo van hun omgeving. Ze leken heel gerust te grazen in de weerklank van de bergen rond de vallei. Het muziekspel van de herder mengde zich met het geluid van de bellen die ze om hadden. Alles leek wel te beantwoorden aan elkaar. Met ons incluis.
Of tijdens de concerten in de amfitheaters van de grote Griekse steden, waar de band van Giannis Haroulis optrad met onze expeditiegenoot Mark Nieuwenhuis als trompettist, daar ging het hek tussen publiek en podium helemaal van de dam.
.

illustratie uit Lament of Epirus Chr. King : Natural musical sanctuary of Klimatia  A is the seat of the docent,  B is the seat of the Master, C is the line of rocks echoing the sound back to the student.

illustratie uit Lament of Epirus Chr. King : Natural musical sanctuary of Klimatia
A is the seat of the docent, B is the seat of the Master, C is the line of rocks echoing the sound back to the student.

.
² uit Lament of Epirus pag. 188-189: From the platform behind me young students took their lessons from Kitsos Harisiadis. With the master sitting on the other side of the ravine, the understudies could only hear the melody and the rhythm. They could not see the technique. The fledgling musicians had to grasp the phrasing and the meaning on their own. Kitsos did not teach them. Rather, he helped them train their ears so they could hear the subtleties of dromoi, musical roads, and how these patterns of notes related to the external world of nature and to the internal landscape of the listeners.
When students practiced the phrases that they heard across the ravine, the rock wall that ran parallel to them would reflect bad and amplify their sounds so that they could hear themselves and their mistakes. Through this process the young learned from the old. Kitsos was neither the first nor the last clarinetist to teach in this way. (-) In Epirus, only the melody is eternal. The skill to craft such music is idiosyncratic, drawing from the inner muse. Technique must, in some ineffable way, be sourced from oneself.
I imagined the spirit of Kitsos Harisiadis sitting on this stone bench across the ravine intoning the saddest note: the low-register A on the clarinet. His understudy could not see him. He could only focus on that desperate tone and imagine sounds voicing darkness. Here the student was blind, like a child learning a language without seeing his parent’s lips move. The ear of the understudy became tonally aware with Kitsos as his guide.
I asked (-) how he expressed feeling through music. I wondered how he could graft an emotion onto an instrument such that he could convey that emotion to a listener.
He looked at me as if we were speaking the same language. “You must play as if you are blind, as if you are a child’ he said.
“What do you see inside?”
“I see things many curious things”

Bijna alle citaten van Michel Foucault zijn diepzinnig en onthutsend. Dit is ook te verwachten gezien het feit dat hij een van de grootste filosofen was van de hedendaagse tijd. Zijn gedachten markeerden een voor-en-na in de geschiedenis. Hier schrijft hij over het verschijnsel ‘macht’ in het ziekenhuis:
Volgens Foucault is er een voor de hand liggende analogie tussen twee gebieden die erg van elkaar lijken te verschillen. In dit opzicht stelt deze indrukwekkende filosoof een interessante vraag. “Wat is er zo verbazingwekkend aan het feit dat onze gevangenissen lijken op onze fabrieken, scholen, militaire bases en ziekenhuizen, die op hun beurt allemaal weer lijken op gevangenissen?” Niet alleen in deze vraag, maar in veel van zijn werk, stelt Foucault voor dat er drie gebieden zijn waar macht in haar puurste vorm wordt getoond: gevangenissen, ziekenhuizen en barakken. In deze drie ruimtes is de mens volledig overgeleverd aan de autoriteit die over hem wordt uitgeoefend. Hetzelfde geldt echter ook voor andere gebieden, zoals fabrieken en klaslokalen. Het enige verschil is dat in deze laatste twee de manifestatie ervan subtieler is. Nr 4: Het nut van de gevangenis volgens Foucault in: Vijf indrukwekkende citaten van Michel Foucault maart 2, 2018

Comments